ECLI:NL:PHR:2004:AM2365
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over stilzwijgende garantieverplichting bij koop onroerend goed met verborgen gebrek
In deze zaak stond centraal of de verkoper van een woning op de Nederlandse Antillen stilzwijgend garantieverplichtingen had aanvaard voor de deugdelijkheid van de fundering, die ontbrak en leidde tot ernstige scheurvorming en instortingsgevaar.
De koopovereenkomst werd gesloten in 1998 met een aanbetaling en het vooruitlopend gebruik van het huis. De koper weigerde het transport vanwege geconstateerde gebreken en ontbond de koopovereenkomst. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie oordeelde dat de verkoper stilzwijgend had gegarandeerd dat de fundering zoals op de bouwtekening aanwezig was, ondanks uitsluiting van aansprakelijkheid voor verborgen gebreken.
De Hoge Raad stelde vast dat de verkoper niet bekend was met het gebrek en dat de wet (BWNA) een beperkte regeling kende voor verborgen gebreken. Stilzwijgende garantieverplichtingen zijn uitzonderlijk en moeten terughoudend worden aangenomen. Het Hof had onvoldoende gemotiveerd waarom de koper mocht vertrouwen op een dergelijke garantie. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak terug voor verdere beoordeling, waaronder het beroep op dwaling.
De uitspraak benadrukt dat het enkele feit dat een verkoper geen voorbehoud maakt over onbekende gebreken niet automatisch een stilzwijgende garantie inhoudt, zeker niet onder het oude BWNA-recht. Ook de uitleg van exoneratieclausules werd bevestigd als passend binnen de redelijkheid en billijkheid.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van het Hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling.