ECLI:NL:PHR:2004:AN8077
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motiveringsplicht rechter bij vaststelling draagkracht in kinderalimentatiezaak
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben drie kinderen. Na echtscheiding is de man verplicht tot kinderalimentatie. Hij verzocht de rechtbank de alimentatiebijdrage te verlagen naar nihil wegens inkomensvermindering, die volgens hem voortkwam uit zijn nieuwe gezinssituatie en deeltijdwerk in Duitsland.
De rechtbank wees dit verzoek af en stelde een fictief inkomen van de man vast op circa ƒ 3.287 netto per maand. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde de alimentatie bij op €40 per kind per maand, met uitstel van indexering tot 2004. De man stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad benadrukte de ruime beoordelingsvrijheid van de feitenrechter bij het vaststellen van draagkracht en het beperkte toetsingskader in cassatie. Het hof had gemotiveerd dat de man redelijkerwijs een inkomen van €3.000 netto per maand kan verwerven, mede gezien zijn eerdere inkomen, het feit dat hij niet voltijds werkt en geen medische belemmeringen heeft. De motivering van het hof voldeed aan de eisen, ook al ontbraken gedetailleerde berekeningen.
Het cassatieberoep werd verworpen omdat de motivering van het hof voldoende inzicht gaf in de gedachtegang en de vaststelling van het fictieve inkomen begrijpelijk was. De Hoge Raad bevestigde dat in alimentatiezaken de rechter niet alle berekeningen hoeft te specificeren, zolang uit de beschikking duidelijk blijkt welke gegevens zijn gebruikt.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een evenwichtige motivering die aansluit bij het partijdebat en de feiten, en beperkt de rol van de cassatierechter tot toetsing van de motivering zonder inhoudelijke herbeoordeling van de feiten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen; het hof heeft de draagkracht en alimentatiebijdrage voldoende gemotiveerd vastgesteld.