ECLI:NL:PHR:2004:AN8240
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van strafoplegging na vernietiging en verwijzing door Hoge Raad bij meervoudige feiten
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor meerdere feiten met oplegging van één totaalstraf. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het gerechtshof voor één van de feiten en de strafoplegging, waarna de zaak werd verwezen voor hernieuwde beoordeling van dat feit en de strafoplegging.
De Hoge Raad benadrukte dat wanneer het cassatieberoep onbeperkt is ingesteld en de strafoplegging wordt vernietigd, de verwijzingsrechter de straf voor alle bewezenverklaarde feiten opnieuw moet bepalen en opleggen, in tegenstelling tot situaties waarin het beroep beperkt is tot bepaalde feiten.
Het hof waarnaar verwezen werd, sprak verdachte vrij van het vernietigde feit, maar legde een hogere straf op voor de overige feiten, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad oordeelde dat deze werkwijze correct was en dat het hof niet gebonden was aan de eerdere strafoplegging voor de andere feiten.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat het hof ten onrechte een hogere straf oplegde voor feiten die niet aan zijn oordeel waren onderworpen. De motivering van het hof voldeed aan de wettelijke eisen en de strafoplegging was begrijpelijk en passend gezien de ernst van de feiten en omstandigheden.
De conclusie van de advocaat-generaal was dat het cassatieberoep moest worden verworpen, waarmee de uitspraak van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de verwijzingsrechter een nieuwe totaalstraf moet opleggen na vernietiging van de strafoplegging voor één feit.