ECLI:NL:PHR:2004:AN8490
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het appelrecht bij afwijzing van het verschoningsrecht van een getuige
In deze zaak stond centraal of een partij in een voorlopig getuigenverhoor hoger beroep kan instellen tegen een beschikking waarbij de rechter-commissaris het beroep van een getuige op verschoningsrecht afwijst.
De Hoge Raad bevestigde de eerdere jurisprudentie dat het recht om te beslissen over het gebruik van het verschoningsrecht bij de getuige zelf ligt. Indien de rechter het beroep op verschoningsrecht afwijst, is alleen de getuige bevoegd om hoger beroep in te stellen. De procespartijen in wier zaak de getuige wordt opgeroepen, hebben dit recht niet, ook niet als zij een eigen belang hebben bij het beroep op het verschoningsrecht.
De Hoge Raad oordeelde dat het verschoningsrecht een algemeen maatschappelijk belang dient en niet ter wille van de belangen van procespartijen wordt toegekend. Het hof had Oud Laren terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Ook werd geoordeeld dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden, omdat partijen voldoende gelegenheid hadden gehad hun standpunten kenbaar te maken.
Het arrest bevestigt het systeem van het bewijsrecht en procesrecht dat het beroep op verschoningsrecht strikt aan de getuige toekent en beperkt het appelrecht van procespartijen in dit kader. Dit voorkomt een ongelijke positie tussen partijen en getuigen in het proces.
Uitkomst: Alleen de getuige kan hoger beroep instellen tegen afwijzing van zijn verschoningsrecht; procespartijen hebben geen eigen appelrecht.