ECLI:NL:PHR:2004:AN8498
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het gebruik van het woord 'homofiel' als eenvoudige belediging jegens een politieambtenaar
In deze zaak werd verzoeker veroordeeld wegens eenvoudige belediging op grond van artikel 266 Sr Pro, omdat hij tijdens de rechtmatige uitoefening van zijn bediening een politieambtenaar mondeling het woord 'homofiel' had toegeroepen. De verdediging stelde dat het woord 'homofiel' op zichzelf geen beledigend karakter heeft en derhalve niet strafbaar kon zijn.
Het hof oordeelde dat het woord in de gegeven context, samen met andere beledigende termen, wel degelijk de eer en goede naam van de ambtenaar aantastte. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat ook zonder expliciete toevoegingen zoals 'vieze' of 'vuile' het woord 'homofiel' in kennelijk negatieve zin werd gebruikt met de bedoeling te kwetsen en daarmee als beledigend moet worden aangemerkt.
De Hoge Raad benadrukte dat het begrip 'homofiel' in de samenleving als natuurlijke seksuele geaardheid wordt gezien, maar dat negatieve connotaties nog steeds kunnen bestaan en dat het gebruik van het woord in een beledigende context strafbaar is. Tevens werd geoordeeld dat het ontbreken van een publiek niet uitsluit dat de uitlating als beledigend kan worden beschouwd, mits deze geschikt is om bij derden een ongunstig beeld te wekken.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van verzoeker tot een geldboete gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens eenvoudige belediging door het gebruik van het woord 'homofiel' jegens een politieambtenaar.