ECLI:NL:PHR:2004:AN8601
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid werkgever bij arbeidsongeval onder toepassing art. 7:658 lid 4 BW
In deze zaak staat de aansprakelijkheid centraal van een werkgever voor een arbeidsongeval waarbij een werknemer van een dak viel tijdens werkzaamheden. De werknemer vordert schadevergoeding van eiseres, de opdrachtgever, op grond van art. 7:658 lid 4 BW Pro en subsidiair onrechtmatige daad. De Rechtbank heeft de vordering toegewezen en geoordeeld dat zij in hoogste feitelijke aanleg recht deed op basis van art. 7:658 lid 4 BW Pro.
De Hoge Raad stelt vast dat de Rechtbank onjuist heeft geoordeeld dat zij in hoogste feitelijke aanleg recht deed en dat zij de zaak ten onrechte op grond van art. 7:658 lid 4 BW Pro heeft behandeld. De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de toepasselijkheid en reikwijdte van art. 7:658 lid 4 BW Pro, de verschillen met het oude recht en het overgangsrecht. Daarbij wordt benadrukt dat de precieze strekking van deze bepaling nog onduidelijk is en dat toepassing op oude gevallen risico's met zich meebrengt.
Uiteindelijk concludeert de Hoge Raad dat het cassatieberoep van eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het beroep op art. 7:658 lid 4 BW Pro onjuist is. De overige klachten behoeven geen bespreking. Hiermee wordt bevestigd dat de aansprakelijkheid van de opdrachtgever voor schade van een werknemer van een onderaannemer niet zonder meer op deze nieuwe wettelijke grondslag kan worden gebaseerd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste toepassing van art. 7:658 lid 4 BW.