ECLI:NL:PHR:2004:AN8666
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijk loon van directeur-grootaandeelhouder en toepassing doelmatigheidsmarge in loonbelasting
De zaak betreft de vaststelling van het gebruikelijk loon van een directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een management- en adviesbureau. De inspecteur had het loon van de belanghebbende verhoogd van ƒ 107.790 naar ƒ 300.000 op grond van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964, mede vanwege het genot van een appartement.
Het Hof Leeuwarden verklaarde het beroep van de belanghebbende ongegrond, oordelend dat het loon onzakelijk laag was in verhouding tot de winst van de BV, die vooral aan de persoonlijke kwaliteiten van de DGA werd toegeschreven. De belanghebbende kwam in cassatie met middelen die onder meer stelden dat de inspecteur onvoldoende gegevens had verstrekt over het gebruikelijk loon in soortgelijke dienstbetrekkingen en dat het hof de doelmatigheidsmarge van 30% onjuist had toegepast.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het loon onzakelijk was en dat er geen adequaat onderzoek was gedaan naar het gebruikelijk loon in vergelijkbare dienstbetrekkingen. Ook was onduidelijk hoe de doelmatigheidsmarge precies was toegepast. De zaak werd vernietigd en verwezen voor nader onderzoek naar het gebruikelijk loon en de juiste toepassing van de marge. Het genot van het appartement werd als loon in natura erkend maar leidde niet tot een onjuiste dubbele correctie.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en goed gemotiveerde vaststelling van het gebruikelijk loon en de noodzaak van voldoende gegevens en analyse, mede in het licht van de wetsgeschiedenis en beleidsregels omtrent de fictief-loonregeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak voor nader onderzoek naar gebruikelijk loon en toepassing doelmatigheidsmarge.