ECLI:NL:PHR:2004:AN8901
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling einde zorgvoorzieningen voor vreemdeling na intrekking voorwaardelijke verblijfsvergunning
De zaak betreft een vreemdeling afkomstig uit Somalië die een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) had en voorzieningen ontving op grond van de Zorgwet vvtv. Na intrekking van zijn vvtv door de Staatssecretaris van Justitie en het uitblijven van verlenging, stelde de gemeente dat zijn recht op huisvesting en zorg was geëindigd. De voorzieningenrechter wees de vordering tot ontruiming toe, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat het Stappenplan 1999, met het meewerkcriterium, van toepassing was, waardoor de opvang voortgezet moest worden.
De Hoge Raad oordeelde dat het Stappenplan 1999 niet van toepassing is op voorzieningen op grond van de Zorgwet vvtv, maar slechts op ROA/RVA-voorzieningen. Verder stelde de Hoge Raad vast dat de voorzieningen op grond van de Zorgwet vvtv van rechtswege eindigden vier weken na de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de intrekking van de vvtv vóór die datum was genomen. Het Stappenplan Zorgwet vvtv was ook niet van toepassing omdat de intrekkingsbeslissing vóór de inwerkingtreding van dat stappenplan was genomen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing over de overige grieven van de vreemdeling tegen het vonnis van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.