ECLI:NL:PHR:2004:AN8903
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gezag van gewijsde en verjaring bij vordering schadevergoeding wegens ondeugdelijke dakwerkzaamheden
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens tekortkomingen bij de uitvoering van dakwerkzaamheden door verweerder. Na een eerdere procedure waarin een vordering werd afgewezen, stelde eiseres een nieuwe vordering in met een andere feitelijke grondslag, namelijk condensatieproblemen in plaats van lekkages. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een andere grondslag, maar het hof stelde dat het gezag van gewijsde van de eerdere uitspraak van toepassing was omdat de juridische grondslag en de rechtsbetrekking gelijk waren.
De Hoge Raad bevestigt dat het gezag van gewijsde zich uitstrekt tot beslissingen over dezelfde rechtsbetrekking, ook als de feitelijke onderbouwing verschilt, mits de juridische grondslag gelijk blijft. Eiseres kon zich niet beroepen op nieuwe feiten om een andere vordering in te stellen. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen zodra de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering in te stellen, zonder dat volledige zekerheid over de oorzaak vereist is.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof, waarbij de vordering van eiseres wegens gezag van gewijsde en verjaring wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen wegens toepassing van gezag van gewijsde en verjaring.