ECLI:NL:PHR:2004:AN8906
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatige daad en schadevergoeding wegens illegale verdwijning van Russische roebels
Deze zaak betreft een civiel geschil tussen eiser en de Russische vennootschap Altai Levensmiddelen Corporatie (ALC) over de illegale verdwijning van 60 miljard Russische roebel. ALC stelde dat eiser onrechtmatig had gehandeld door betrokkenheid bij het buiten de Russische Federatie brengen van deze gelden en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde in 2001 dat eiser onrechtmatig had gehandeld en veroordeelde hem tot betaling van ruim 8 miljoen Amerikaanse dollars aan ALC. Het Gerechtshof Amsterdam bevestigde dit oordeel in 2002, waarbij het Hof onder meer stelde dat eiser als gevolmachtigde van Colon Impex persoonlijk ernstig verwijt treft wegens het zonder nader onderzoek buiten de Russische Federatie brengen van gelden waarvan de legaliteit twijfelachtig was.
Eiser stelde in cassatie diverse klachten in, onder meer over het oordeel dat hij geen vertrouwen mocht ontlenen aan verklaringen over de herkomst van het geld, zijn rol als gevolmachtigde, en de motivering van het Hof. De Hoge Raad verwierp deze klachten, onder meer omdat het Hof de feiten en stellingen juist en voldoende had gemotiveerd en omdat feitelijke toetsing in cassatie niet aan de orde was.
Ook de klachten over schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) en het passeren van bewijsaanbod faalden, omdat deze niet in de eerdere instanties waren ingebracht of onvoldoende waren gespecificeerd. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het Hof en verwierp het cassatieberoep van eiser.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van eiser voor onrechtmatige daad en de opgelegde schadevergoeding.