ECLI:NL:PHR:2004:AN9072
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ruilverkavelingslasten als bijzondere last in koop onroerend goed
In deze zaak stond centraal of ruilverkavelingslasten kunnen worden aangemerkt als een bijzondere last of beperking in de zin van artikel 7:15 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De koper had een veehouderijbedrijf gekocht waarbij in de verkoopbrochure een bepaald bedrag aan ruilverkavelingslasten was vermeld. Na de juridische eigendomsoverdracht bleek dat deze lasten hoger waren en langer moesten worden betaald dan vermeld.
De rechtbank wees de vordering van de koper af, stellende dat ruilverkavelingslasten retributies zijn die op alle zaken van dezelfde soort drukken en daarom niet onder art. 7:15 BW Pro vallen. Het hof oordeelde echter dat deze lasten wel als bijzondere lasten gelden en dat de koper deze slechts heeft aanvaard voor zover zij in de verkoopbrochure waren vermeld. Tevens stelde het hof dat de koper geen onderzoeksplicht had om de exacte hoogte van de lasten te achterhalen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Hij stelde dat ruilverkavelingslasten niet als feitelijke eigenschap van het goed gelden, maar wel als bijzondere last of beperking. Het hof heeft het onderscheid tussen het aanvaarden van de lasten zoals vermeld en het niet aanvaarden van hogere lasten terecht gemaakt. Ook het oordeel dat geen onderzoeksplicht bestond, werd niet onbegrijpelijk geacht. De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat de cassatie niet kan slagen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat ruilverkavelingslasten bijzondere lasten zijn en dat koper deze slechts heeft aanvaard voor zover zij in de verkoopbrochure waren vermeld.