ECLI:NL:PHR:2004:AN9941
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid onderzoek ter terechtzitting door rechter-commissaris die eerder onderzoek verrichtte
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep nietig is omdat een van de raadsheren, die tevens als rechter-commissaris in de zaak had gefungeerd, aan het onderzoek deelnam. Dit is in strijd met art. 268 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat een rechter die als rechter-commissaris enig onderzoek heeft verricht, niet mag deelnemen aan het onderzoek ter terechtzitting.
De feiten betreffen een zaak waarin verdachte is veroordeeld voor bedreiging en smaad, waarbij de rechter-commissaris mr. O.M.J.J. van de Loo onder meer een bevel tot bewaring gaf en een gerechtelijk vooronderzoek opende. Deze rechter-commissaris nam vervolgens ook deel aan het onderzoek in hoger beroep als raadsheer, wat volgens de Hoge Raad leidt tot nietigheid van het onderzoek.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bevestigd dat art. 268 Sv Pro bedoeld is om de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen en dat deelname van een rechter-commissaris aan het onderzoek ter terechtzitting niet is toegestaan, ongeacht de aard of omvang van het verrichte onderzoek. Het middel van cassatie wordt gegrond verklaard en het arrest van het hof wordt vernietigd, waarna de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van art. 268 lid 2 Sv en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.