ECLI:NL:PHR:2004:AO0079
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing ambtswege van EG-recht bij voorkoming dubbele belasting en persoonsgebonden aftrek
De zaak betreft een cassatieberoep van een belanghebbende tegen Hofuitspraken over de jaren 1992-1996 inzake de toepassing van de voorkoming van dubbele belasting op zijn Italiaanse inkomsten. Centraal staat de vraag of persoonsgebonden aftrekposten en de belastingvrije som aan het gehele inkomen of alleen aan het binnenlandse inkomen toegerekend moeten worden, mede in het licht van het arrest De Groot van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG).
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de jurisprudentie van het HvJ EG, waaronder het arrest De Groot, waarin is geoordeeld dat de Nederlandse methode van evenredige toerekening van persoonsgebonden aftrekposten aan binnenlands en vrijgesteld buitenlands inkomen in strijd is met het vrije werknemersverkeer. De Hoge Raad overweegt dat hij verplicht is het EG-recht ambtshalve toe te passen en dat de uitspraak van het hof op dit punt moet worden vernietigd.
De conclusie bevat een gedetailleerde analyse van de verschillende categorieën aftrekposten, de interpretatie van het arrest De Groot, en de gevolgen voor de berekening van de voorkoming van dubbele belasting. Tevens wordt ingegaan op de fiscale wetgeving van Italië en de vraag wie de bewijslast draagt omtrent de toekenning van persoonlijke tegemoetkomingen in de werkstaat. De Hoge Raad beveelt vernietiging van de bestreden uitspraak en vermindering van de aanslag aan op basis van de juiste toepassing van het EG-recht.
Uitkomst: Het beroep van ambtswege wordt gegrond verklaard, de bestreden uitspraak en uitspraak op bezwaar worden vernietigd en de aanslag verminderd conform correcte toepassing van het EG-recht.