ECLI:NL:PHR:2004:AO0663
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrekbaarheid rente bij aandelenlease en bron van inkomen
Belanghebbende sloot in 1996 aandelenlease-overeenkomsten met Bank Labouchère, waarbij aandelen Dordtsche Petroleum werden gekocht en gefinancierd met leningen. De Inspecteur weigerde de rente op deze leningen als aftrekbare kosten te erkennen, omdat hij de aandelen niet als bron van inkomen beschouwde maar als persoonlijke verplichtingen. Het hof oordeelde dat de aandelen uitzicht boden op voordeel, waardoor zij een bron van inkomen vormden en de rente aftrekbaar was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat aandelen objectief gezien een bron van inkomen zijn zolang er uitzicht is op fiscaal relevant voordeel, zoals een liquidatie-uitkering boven het gestorte kapitaal. Het subjectieve oogmerk van de belastingplichtige om voordeel te genieten is niet doorslaggevend. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris en het incidentele beroep van belanghebbende.
In de uitgebreide conclusie van de Advocaat-Generaal wordt het begrip bron van inkomen diepgaand geanalyseerd. Aandelen worden gezien als belichaming van een bron van inkomen, ontstaan door menselijke handelingen gericht op het behalen van opbrengsten. De rente op financiering van aandelen is aftrekbaar zolang het aandeel bron van inkomen blijft. Overheveling van de opbrengst aan anderen kan het bronkarakter voor de rechthebbende doen vervallen, maar uitstel van het genietingsmoment niet. De systematiek van het kasstelsel en de fiscale wetgeving worden uitvoerig besproken, evenals de grenzen van het objectieve systeem en manipulatiemogelijkheden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat aandelen Dordtsche een bron van inkomen vormen en dat de rente op de financiering aftrekbaar is als kosten.