ECLI:NL:PHR:2004:AO1215
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat aandelen Dordtsche een bron van inkomen vormen voor renteaftrek
Belanghebbende sloot in 1996 twee aandelenlease-overeenkomsten met Bank Labouchère voor aandelen in Dordtsche Petroleum-Industrie Maatschappij N.V., gefinancierd met leningen waarbij de rente vooruitbetaald werd. De Inspecteur stelde de rente niet aftrekbaar als kosten, maar als persoonlijke verplichting, waardoor de aanslag werd verhoogd. Het Hof oordeelde dat de aandelen uitzicht boden op voordeel, met name bij liquidatie, en daarom een bron van inkomen vormden, waardoor de rente aftrekbaar was. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigt dat aandelen objectief bezien een bron van inkomen vormen zolang uitzicht bestaat op fiscaal relevant voordeel, zoals een liquidatie-uitkering boven het gestorte kapitaal. Het subjectieve oogmerk van de aandeelhouder om voordeel te beogen is niet doorslaggevend. De aandelen Dordtsche behouden dit bronkarakter gedurende de looptijd van de overeenkomst. De rente die verband houdt met de financiering van deze aandelen is daarom aftrekbaar als kosten ter verwerving van inkomsten.
De conclusie benadrukt dat het bronbegrip zowel een objectief als een bescheiden subjectief element bevat, maar dat aandelen inherent het streven naar opbrengsten belichamen. Overheveling van inkomsten aan anderen kan het bronkarakter voor de rechthebbende doen vervallen, maar dat is hier niet aan de orde. Het kasstelsel bepaalt het tijdstip van genieten van inkomsten en kosten, waarbij rente aftrekbaar blijft zolang het uitzicht op voordeel bestaat. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het oordeel van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt dat de aandelen Dordtsche een bron van inkomen vormen waardoor de rente aftrekbaar is.