ECLI:NL:PHR:2004:AO1224
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering inzage medisch dossier en onrechtmatigheid klacht arts
De zaak betreft een internist ([Eiser]) die door een patiënt ([Verweerder]) werd aangeklaagd bij het Regionaal Tuchtcollege wegens het missen van een tumor. Het tuchtcollege wees de klacht af. [Eiser] vorderde vervolgens bij de civiele rechter een verklaring voor recht dat de klacht onrechtmatig was ingediend en machtiging tot inzage in het medisch dossier van [Verweerder]. De rechtbank wees deze vorderingen af, waarna het hof het vonnis bekrachtigde.
De kern van het geschil was of de klacht uiterst lichtzinnig was ingediend en of [Eiser] recht had op inzage in het dossier. Het hof stelde vast dat de tumor daadwerkelijk bestond en was verwijderd, en dat de klacht niet zonder redelijke grond was ingediend. Ook was het belang van [Eiser] bij inzage onvoldoende om het privacybelang van [Verweerder] te doorbreken.
In cassatie betoogde [Eiser] onder meer dat er mogelijk helemaal geen tumor was en dat sprake was van een complot van het AMC tegen hem. De Hoge Raad oordeelt dat deze stellingen niet aannemelijk zijn en dat het hof de feiten juist heeft vastgesteld. Het beroep strandt daarom zonder inhoudelijke bespreking van de klachten.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel dat de klacht niet onrechtmatig was en dat de vordering tot inzage in het medisch dossier niet toewijsbaar is. De zaak illustreert de zorgvuldige afweging tussen het belang van een arts bij verdediging en de privacy van een patiënt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vorderingen van eiser worden afgewezen.