ECLI:NL:PHR:2004:AO1286
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kennelijk onredelijk ontslag en toekenning schadevergoeding
De zaak betreft de beoordeling of de opzegging van het dienstverband van de werknemer door de werkgever kennelijk onredelijk was en of de toegekende schadevergoeding juist is vastgesteld. De werknemer was langdurig arbeidsongeschikt na een ernstig verkeersongeluk en werkte jarenlang in een winkel die eigendom was van de werkgever, zijn broer.
De kantonrechter wees de vorderingen van de werknemer grotendeels af, stellende dat de werkgever een belang had bij sluiting van de winkel en dat de werknemer een bovenmodaal inkomen uit andere bronnen genoot. De rechtbank vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de opzegging kennelijk onredelijk was omdat de werknemer langdurig arbeidsongeschikt was, geen perspectief op werk had en geen voorzieningen waren getroffen. De rechtbank kende een schadevergoeding toe.
De Hoge Raad bevestigt dat de bereidheid van de werknemer om de onderneming over te nemen niet relevant is voor de beoordeling van kennelijke onredelijkheid. Ook wijst de Hoge Raad op de ruime beoordelingsvrijheid van de rechter bij het vaststellen van de schadevergoeding en bevestigt dat de motivering van de rechtbank toereikend was. Het beroep van de werkgever wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het ontslag kennelijk onredelijk was met toekenning van een schadevergoeding.