ECLI:NL:PHR:2004:AO1313
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep ingesteld tegen overleden procespartij
In deze civiele zaak hebben drie eisers cassatieberoep ingesteld tegen arresten van het hof in een geschil over inboedelgoederen die deel uitmaken van de nalatenschap van hun moeder. De wederpartij, verweerster, is in de procedure overleden. Hoewel de dagvaarding in cassatie aan haar procureur is betekend, is het beroep ingesteld tegen de overleden procespartij zelf en niet tegen haar erfgenamen.
De Hoge Raad overweegt dat procederen tegen een overleden partij in cassatie niet is toegestaan en dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, tenzij de wederpartij of haar vertegenwoordiger niet op de hoogte was van het overlijden, wat hier niet het geval is. De cassatiedagvaarding vermeldde het overlijden expliciet en de erfgenamen zijn niet in cassatie verschenen.
De Hoge Raad wijst op het belang van hoor en wederhoor en dat de erfgenamen in cassatie betrokken moeten worden. Omdat de eisers geen verzoek tot oproeping van de erfgenamen hebben gedaan en de cassatietermijn is verstreken, kan geen herstel plaatsvinden. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het is ingesteld tegen een overleden procespartij zonder dat de erfgenamen zijn gedagvaard.