ECLI:NL:PHR:2004:AO1336
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over draagkracht bij wijziging kinderalimentatie wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft een verzoek tot cassatie van de man tegen een hofbeslissing over de wijziging van kinderalimentatie. De vrouw had de alimentatie verhoogd gezien vermeerderde draagkracht van de man, die dit betwistte. Het hof stelde de draagkracht vast op basis van privé-opnamen uit 1999 en 2000, omdat de man geen jaarstukken over 2001 en 2002 had overgelegd.
De man stelde dat een privé-storting van ƒ 7.940,63 in 2000 ten onrechte niet in mindering was gebracht, wat een essentiële stelling is die het hof niet heeft behandeld of onvoldoende heeft gemotiveerd. De Hoge Raad acht deze klacht gegrond en vernietigt het arrest van het hof. Het hof heeft zijn motiveringsplicht geschonden door deze stelling te negeren.
Verder verzocht de man incidenteel om herstel van de schorsende werking van het cassatieberoep, zodat de alimentatiebeschikking niet langer uitvoerbaar zou zijn. De Hoge Raad wijst dit verzoek af, omdat de belangenafweging niet in het voordeel van de man uitvalt en het verzoek feitelijk vooruitloopt op de kans van slagen van het cassatieberoep.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beslissing waarbij de essentiële stelling van de man betrokken moet worden. De procedure toont het belang van een volledige en gemotiveerde beoordeling van financiële gegevens bij alimentatiezaken en de zorgvuldige toepassing van procesrechtelijke regels omtrent schorsing van tenuitvoerlegging.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeslissing wegens onvoldoende motivering en wijst incidenteel verzoek tot herstel schorsende werking cassatie af.