ECLI:NL:PHR:2004:AO1337
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vervangende toestemming erkenning kind ondanks bezwaar moeder
In deze zaak verzocht de biologische vader vervangende toestemming tot erkenning van vijf kinderen, nadat de moeder haar toestemming had geweigerd. De moeder stelde onder meer dat het jongste kind geen reële band met de vader had en dat erkenning het belang van het kind zou schaden. De rechtbank en het hof verleenden vervangende toestemming, waarbij het hof ook de voorwaardelijke erkenning door de nieuwe partner van de moeder van het jongste kind nietig verklaarde.
De Hoge Raad overwoog dat een nauwe persoonlijke betrekking tussen vader en kind geen vereiste is voor vervangende toestemming en dat het belang van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind moet worden afgewogen tegen het belang van de vader en het kind bij erkenning. De wetgever heeft beoogd meer aansluiting te zoeken bij de biologische werkelijkheid, waardoor het enkele feit dat erkenning het feitelijke gezinsleven beïnvloedt onvoldoende is voor weigering.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep van de moeder af en bevestigde dat de belangenafweging een feitelijke aangelegenheid is die aan het hof toekomt. Ook de opdracht tot doorhaling van de akte van erkenning door de nieuwe partner van de moeder werd gehandhaafd. De beslissing onderstreept het belang van de biologische erkenning en de wettelijke regeling omtrent vervangende toestemming.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de vervangende toestemming tot erkenning door de biologische vader wordt bevestigd.