ECLI:NL:PHR:2004:AO1401
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen ontnemingsuitspraak wegens vervallen hoofdzaak
In deze zaak werd betrokkene aanvankelijk veroordeeld door de politierechter tot vijf maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan valsheid in geschrift. Vervolgens legde het Hof een betalingsverplichting op als maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen deze ontnemingsuitspraak.
Echter werd in de hoofdzaak het openbaar ministerie in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, en deze uitspraak werd onherroepelijk. De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 36e, eerste lid, Sr een ontnemingsmaatregel alleen kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit. Omdat de hoofdzaak niet-ontvankelijk werd verklaard, kon de ontnemingsuitspraak niet in stand blijven.
Daarom werd betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen de ontnemingsuitspraak en werd de bestreden uitspraak vernietigd. Het openbaar ministerie werd alsnog niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen de ontnemingsuitspraak wegens vervallen hoofdzaak.