ECLI:NL:PHR:2004:AO1462
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid vervolging maatschap ondanks ontbindingsgeschil en toepassing Wet arbeid vreemdelingen
In deze zaak stond centraal of het Openbaar Ministerie ontvankelijk was in de vervolging van een maatschap die tien Poolse arbeidskrachten zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning arbeid liet verrichten. De maatschap was mogelijk ontbonden, maar niet ingeschreven in het Handelsregister en de ontbinding was niet kenbaar voor derden. De Hoge Raad bevestigde dat het recht tot strafvordering niet vervalt zolang de ontbinding niet kenbaar is voor derden, waardoor het OM ontvankelijk bleef.
Daarnaast werd de bewijsvoering tegen de maatschap getoetst. Uit verklaringen van de Poolse arbeiders en andere bewijsmiddelen bleek overtuigend dat de maatschap als werkgever fungeerde, ondanks een schijnconstructie met een andere partij. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de verklaringen terecht had gewaardeerd en dat er geen sprake was van een onjuiste denaturering.
Ten slotte behandelde de Hoge Raad de vraag of de Poolse arbeiders onder de Associatieovereenkomst EG-Polen zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland mochten werken. De conclusie was dat deze overeenkomst niet uitsluit dat Poolse werknemers in Nederland een vergunning nodig hebben, ook niet als zij in dienst zijn van een Pools bedrijf. De uitzonderingen in de Wet arbeid vreemdelingen zijn niet van toepassing in deze situatie.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging van de maatschap wegens het zonder vergunning laten werken van Poolse arbeidskrachten.