ECLI:NL:PHR:2004:AO1729
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid primair-subsidiaire tenlastelegging bij verschillende feitencomplexen
In deze zaak werd verzoeker primair en subsidiair verschillende feiten ten laste gelegd, waaronder medeplegen van valsheid in geschrift en het niet tijdig doen van belastingaangiften. De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding innerlijk tegenstrijdig was omdat primair en subsidiair verschillende feitencomplexen betroffen, en dat de dagvaarding nietig verklaard moest worden.
De Hoge Raad oordeelde dat het toegestaan is om primair een ander feitencomplex ten laste te leggen dan subsidiair, zonder dat dit leidt tot innerlijke tegenstrijdigheid van de tenlastelegging. Ook werd bevestigd dat het gebruik van het woord 'althans' niet uitsluit dat het om een alternatieve tenlastelegging gaat.
Verder werd geoordeeld dat de bewezenverklaring niet uitsluitend op de bekentenis van verzoeker berustte, maar ook op het valselijk opgemaakte geschrift. Het beroep op overmacht werd verworpen omdat verzoeker een voorlopige aangifte had kunnen doen. De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde de strafoplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf opgelegd door het hof.