ECLI:NL:PHR:2004:AO1972
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling draagkracht vader bij kinderalimentatie en onkostenvergoedingen
Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. De vader is alimentatieplichtig en ontvangt van zijn werkgever onkostenvergoedingen, waaronder Child Allowance en Household Allowance. De moeder vordert een verhoging van de kinderalimentatie, waarbij zij stelt dat deze vergoedingen bij de draagkracht van de vader moeten worden betrokken.
De rechtbank en het hof hebben dit standpunt gevolgd en de alimentatieverhoging toegewezen, waarbij zij de onkostenvergoedingen bij het inkomen van de vader hebben geteld. De vader betwist dit en stelt dat de Child Allowance gelijkgesteld moet worden met kinderbijslag, die niet bij het inkomen wordt opgeteld.
De Hoge Raad overweegt dat de Tremanormen, waarop de vader zich beroept, niet als recht in de zin van art. 79 RO Pro gelden en dat het aan de rechter is om te bepalen of deze normen in een concreet geval van toepassing zijn. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof voldoende heeft gemotiveerd waarom de vergoedingen bij de draagkracht worden betrokken, mede omdat de vader niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Child Allowance zal vervallen bij een hogere alimentatie.
Het beroep van de vader wordt verworpen, waarmee het oordeel van het hof dat de onkostenvergoedingen bij de draagkracht moeten worden betrokken, in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen; de onkostenvergoedingen worden bij de draagkracht betrokken.