ECLI:NL:PHR:2004:AO2301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging mentorschap ondanks voorkeur verzoekster voor andere mentor
In deze zaak staat het mentorschap voor een slechtziende vrouw centraal. De nicht werd door de kantonrechter tot mentor benoemd, maar de verzoekster gaf de voorkeur aan een andere persoon als mentor. Het hof bekrachtigde het mentorschap aan de nicht, mede vanwege de langdurige familieband en de goede zorg die zij verleende.
De verzoekster kwam tegen deze beslissing in hoger beroep en stelde dat het hof onzorgvuldig had gehandeld door nieuwe feiten en verklaringen te gebruiken zonder bewijsopdracht en onvoldoende motivering te geven voor het negeren van haar voorkeur. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht rekening hield met nieuwe stellingen en bewijsstukken die bij verweerschrift waren ingebracht, en dat het hof niet verplicht was nader bewijs te eisen.
Verder vond de Hoge Raad dat het hof voldoende gegronde redenen had genoemd om de voorkeur van de verzoekster niet te volgen, zoals het bemoeilijken van zorg door de door haar gewenste mentor en de langdurige goede relatie met de nicht. Ook was het oordeel van het hof over de geschiktheid van de mentor een waardering van feiten die in cassatie niet kan worden getoetst.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het besluit tot benoeming van de nicht als mentor.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het mentorschap aan de nicht bevestigd.