ECLI:NL:PHR:2004:AO3043
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen recht op teruggaaf accijnsbedrag bij diefstal accijnszegels tijdens transport
Belanghebbende, een groothandelaar in tabaksproducten, bestelde accijnszegels die tijdens het transport verloren raakten door diefstal. Hij verzocht om teruggaaf van het bedrag dat hij voor deze accijnszegels had betaald. Het Hof oordeelde dat de enkele omstandigheid dat de zegels niet meer teruggevonden konden worden onvoldoende was om te concluderen dat de zegels verloren waren gegaan in de zin van artikel 79 van Pro de Wet op de accijns. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het begrip 'verloren gegaan' objectief moet worden uitgelegd, namelijk dat de accijnszegels door geen enkele persoon meer kunnen worden gebruikt of misbruikt.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de wettelijke regeling omtrent accijnszegels, waaronder de Wet op de accijns en de Uitvoeringsregeling accijns, en benadrukt dat accijnszegels als hulpmiddel bij de heffing van accijns dienen en niet gelijkgesteld kunnen worden aan de betaling van accijns zelf. Tevens wordt toegelicht dat de wetgever teruggaaf beperkt tot gevallen van overmacht of ongeval en niet tot diefstal, omdat bij diefstal het risico bestaat dat de zegels door onbevoegden worden gebruikt.
Belanghebbende voerde aan dat het begrip 'verloren gegaan' subjectief moet worden uitgelegd, maar de Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat het begrip een objectieve betekenis heeft. Ook de motivering van het Hof werd niet onbegrijpelijk bevonden. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat artikel 28 van Pro de Wet op de omzetbelasting niet buiten toepassing hoeft te blijven en dat de heffing van omzetbelasting over tabaksproducten niet in strijd is met de Zesde richtlijn. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; geen recht op teruggaaf van accijnsbedrag bij diefstal van accijnszegels.