ECLI:NL:PHR:2004:AO3184
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overdrachtsbelasting en economische eigendom bij maatschap op aandelen
In deze zaak staat centraal of de verkrijging van participaties in een maatschap op aandelen belast is met overdrachtsbelasting volgens de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BRV). De maatschap belegt in onroerende zaken, waarbij de juridische eigendom bij een stichting berust en de economische eigendom bij de maten gezamenlijk. Vier besloten vennootschappen verkregen participaties in deze maatschap, zonder dat overdrachtsbelasting werd voldaan. De inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag op.
De discussie spitst zich toe op de vraag of de participaties als aandelen in een onroerende-zaaklichaam kunnen worden aangemerkt en of de verkrijging daarvan een belastbare verkrijging vormt onder artikel 2, tweede lid, en artikel 4 van Pro de Wet BRV. De maatschap heeft geen rechtspersoonlijkheid, maar vertoont wel rechtspersoonlijke trekken. Volgens het hof en de Hoge Raad vertegenwoordigen de participaties een direct economisch belang in de onroerende zaak, ook al is er geen zelfstandige beschikkingsbevoegdheid zonder toestemming van mede-vennoten.
De Hoge Raad stelt dat artikel 4 Wet Pro BRV geen lex specialis is ten opzichte van artikel 2, tweede lid, en dat de regeling voor aandelen in onroerende-zaaklichamen niet uitsluit dat economische eigendom belastbaar is. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat er sprake is van een overlap van belastbaarheid. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en concludeert dat de verkrijging van participaties in een maatschap op aandelen in beginsel belast is met overdrachtsbelasting op grond van economische eigendom.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en oordeelt dat de verkrijging van participaties in een maatschap op aandelen belast is met overdrachtsbelasting op grond van economische eigendom.