ECLI:NL:PHR:2004:AO3226
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering strafoplegging bij meervoudige verkrachting en aanranding
De militaire kamer van het gerechtshof te Arnhem heeft verdachte veroordeeld voor meervoudige verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en mishandeling, en hem een gevangenisstraf van één jaar opgelegd. Het hof heeft tevens een betalingsverplichting aan de benadeelde opgelegd.
Verdediging heeft drie cassatiemiddelen voorgesteld: onduidelijkheid over de periode van de feiten, onjuiste kwalificatie van feitelijke aanranding en schending van de redelijke termijn in cassatie. De Hoge Raad verwierp de eerste twee middelen omdat de bewezenverklaring de periode van 1 februari 1993 tot en met 1 december 1999 omvatte en het hof terecht beide feiten afzonderlijk kwalificeerde.
Het derde middel slaagde omdat de stukken pas elf maanden na het instellen van cassatie werden ingediend, wat de maximale termijn van acht maanden overschreed. Dit leidde tot een strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de strafoplegging en de opgelegde straf wordt verminderd.