ECLI:NL:PHR:2004:AO3444
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens te laat ingesteld hoger beroep na verstekvonnis politierechter
In deze zaak was verdachte opgeroepen voor een terechtzitting bij de politierechter, maar kon hij wegens medische redenen niet verschijnen. De politierechter schorst daarop het onderzoek voor bepaalde tijd en stelde een nieuwe zittingsdatum vast. Verdachte werd vervolgens bij verstek veroordeeld op die nadere terechtzitting. Het hof verklaarde het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingesteld, ruim vier maanden na de uitspraak.
De Hoge Raad bevestigt dat op grond van artikel 408 lid 1 onder Pro c Sv het hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak moet worden ingesteld indien de dag van de terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. Omdat verdachte bekend was met de eerste zittingsdatum en de zaak slechts voor bepaalde tijd was geschorst, gold deze termijn ook na de schorsing. Verdachte had dus binnen veertien dagen na het verstekvonnis hoger beroep moeten instellen.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkheid van verdachte in hoger beroep. De wetsgeschiedenis en jurisprudentie worden uitgebreid besproken om de uitleg van artikel 408 Sv Pro te verduidelijken. De zaak onderstreept het belang van tijdige beroepsinstelling ook bij schorsing van de terechtzitting voor bepaalde tijd.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn van veertien dagen na het verstekvonnis.