ECLI:NL:PHR:2004:AO3547
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis wegens onbegrijpelijke tenlastelegging valsheid in geschrift bij gebruik gestolen creditcards
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift en opzetheling, met betrekking tot het gebruik van creditcards die niet op zijn naam stonden. De tenlastelegging stelde dat verdachte gebruik had gemaakt van valse of vervalste creditcards, terwijl het feitelijk ging om gestolen of niet op zijn naam staande kaarten. De valsheid zou gelegen zijn in het zetten van een valse handtekening op sales-slips.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat deze tenlastelegging onbegrijpelijk is, omdat het gebruik van gestolen creditcards niet automatisch betekent dat de kaarten zelf vals of vervalst zijn. Het hof had de bewezenverklaring bovendien ten onrechte gekwalificeerd als valsheid in geschrift, terwijl dit niet ten laste was gelegd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden vonnis voor zover het betrekking had op deze tenlastelegging en verklaarde de dagvaarding nietig voor de onder 1a en 1b tenlastegelegde feiten. De zaak werd terugverwezen voor het bepalen van een passende straf voor de overige feiten.
De zaak illustreert het belang van een duidelijke en juiste tenlastelegging en de juiste kwalificatie van feiten in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis wegens onbegrijpelijke tenlastelegging en verklaart de dagvaarding nietig voor de onder 1a en 1b tenlastegelegde feiten.