ECLI:NL:PHR:2004:AO3547

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01877/03
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 lid 2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis wegens onbegrijpelijke tenlastelegging valsheid in geschrift bij gebruik gestolen creditcards

In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift en opzetheling, met betrekking tot het gebruik van creditcards die niet op zijn naam stonden. De tenlastelegging stelde dat verdachte gebruik had gemaakt van valse of vervalste creditcards, terwijl het feitelijk ging om gestolen of niet op zijn naam staande kaarten. De valsheid zou gelegen zijn in het zetten van een valse handtekening op sales-slips.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat deze tenlastelegging onbegrijpelijk is, omdat het gebruik van gestolen creditcards niet automatisch betekent dat de kaarten zelf vals of vervalst zijn. Het hof had de bewezenverklaring bovendien ten onrechte gekwalificeerd als valsheid in geschrift, terwijl dit niet ten laste was gelegd.

De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden vonnis voor zover het betrekking had op deze tenlastelegging en verklaarde de dagvaarding nietig voor de onder 1a en 1b tenlastegelegde feiten. De zaak werd terugverwezen voor het bepalen van een passende straf voor de overige feiten.

De zaak illustreert het belang van een duidelijke en juiste tenlastelegging en de juiste kwalificatie van feiten in strafzaken.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis wegens onbegrijpelijke tenlastelegging en verklaart de dagvaarding nietig voor de onder 1a en 1b tenlastegelegde feiten.

Conclusie

Nr. 01877/03
Mr Fokkens
Zitting: 10 februari 2004
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren wegens feiten 1a, 1b, 3 en 4 telkens opleverend "valsheid in geschrift" en feit 5 "opzetheling".
2. Tegen deze uitspraak heeft verdachte cassatieberoep doen instellen.
3. Namens verdachte heeft mr M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel klaagt dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden. Nadat op 27 november 2002 cassatieberoep was ingesteld, zijn de stukken op 11 augustus 2003 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad en dat is te laat. Nu de Hoge Raad de zaak naar verwachting evenwel binnen zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep afdoet, kan niet worden gesproken van een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase en faalt het middel, vgl. HR 18 november 2003, LJN AM0234, HR 16 december 2003, LJN AN9181 en HR 27 januari 2004, LJN AO1727.
5. Ambtshalve vraag ik aandacht voor volgende.
6. Bij inleidende dagvaarding is onder 1 aan verdachte ten laste gelegd dat:
"hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 29 oktober 2001 in de gemeente Apeldoorn meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) Eurocard/Mastercard(s), althans een credit-card(s), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s)
a. een gestolen en/of niet op zijn, verdachtes en/of zijn mededader(s), naam staande Eurocard/Mastercard, althans een credit-card, ter betaling van een of meer telefoonkaarten, althans enig(e) goed(eren) aan een persoon genaamd [betrokkene 1] (werkzaam in/bij een tankstation gelegen aan de Rijksweg A50) heeft/hebben aangeboden en/of
b. een gestolen en/of niet op zijn, verdachtes en/of zijn mededader(s), naam staande Eurocard/Mastercard, althans een credit-card, ter betaling van een of meer telefoonkaarten, althans enig(e) goed(eren) aan een persoon genaamd [betrokkene 2] (werkzaam in/bij een tankstation gelegen aan de [a-straat 1]) heeft/hebben aangeboden
en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) een handtekening heeft/hebben gezet op een sales-slip, althans een (kassa)bon, die moest doorgaan als zijnde de handtekening van de eigenaar/rechtmatige houder van die (gestolen) Eurocard/Mastercard, althans die credit-card; art 225 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht"
7. Ten laste van verdachte is onder 1 bewezen verklaard dat:
"hij op meer tijdstippen op 29 oktober 2001 in de gemeente Apeldoorn meermalen, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse een credit-card - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift telkens echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken telkens hierin dat verdachte
a. een niet op zijn, verdachtes, naam staande credit-card, ter betaling van een of meer telefoonkaarten, aan een persoon genaamd [betrokkene 1] (werkzaam in/bij een tankstation gelegen aan de Rijksweg A50) heeft aangeboden en
b. een niet op zijn, verdachtes, naam staande credit-card, ter betaling van enige goederen aan een persoon genaamd [betrokkene 2] (werkzaam in/bij een tankstation gelegen aan de [a-straat 1]) heeft aangeboden
en bestaande die valsheid telkens hierin dat verdachte een handtekening heeft gezet op een sales-slip, althans een (kassa)bon, die moest doorgaan als zijnde de handtekening van de eigenaar/rechtmatige houder van die credit-card"
8. Het Hof heeft het onder 1a en 1b bewezenverklaarde gekwalificeerd als:
"Valsheid in geschrift."
9. Deze tenlastelegging is onbegrijpelijk nu daarin is opgenomen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van (een) valse of vervalste credit-card(s) maar daarin tevens is opgenomen dat het twee gestolen en/of niet op zijn naam staande credit-cards betreft welke weliswaar niet aan verdachte toebehoren maar daarom niet vals of vervalst zijn. Volgens de tenlastelegging is de valsheid gelegen in het van een valse handtekening voorzien van de sales-slips. Dat maakt de credit-cards echter niet vals. Ook de bewezenverklaring die het Hof heeft gekwalificeerd als valsheid in geschrift is om die reden onbegrijpelijk. Tenslotte is de kwalificatie niet juist. Dat verdachte valsheid in geschrift heeft gepleegd is immers niet ten laste gelegd en bewezen verklaard.
10. Dit alles mondt uit in de conclusie dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen voor wat betreft het onder 1 bewezenverklaarde en de strafoplegging, de dagvaarding nietig zal verklaren voor wat betreft de onder 1a en 1b tenlastegelegde feiten en de zaak voor wat betreft de strafoplegging zal terugwijzen voor het vaststellen van de bij de resterende feiten passende straf.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
plv.