ECLI:NL:PHR:2004:AO4225
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitlegging van art. 69 Rv in procedure tot verzet tegen tenuitvoerlegging ex art. 31 EEX-Verdrag
In deze zaak staat centraal de vraag of de wisselbepaling van art. 69 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) toegepast kan worden in de procedure tot verzet tegen een beschikking tot tenuitvoerlegging van een buitenlandse rechterlijke beslissing, verleend op grond van art. 31 van Pro het EEX-Verdrag.
Verzoekster was veroordeeld door een Duitse rechtbank tot betaling van een geldbedrag aan Sparkasse Bonn. Sparkasse verzocht vervolgens om tenuitvoerlegging van deze beslissing in Nederland, waarvoor de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Almelo verlof verleende. Verzoekster kwam in verzet tegen deze beschikking, maar deed dit bij verzoekschrift in plaats van bij dagvaarding, waarna de rechtbank haar verzet niet-ontvankelijk verklaarde.
De Hoge Raad overweegt dat het EEX-Verdrag een uniforme exequaturprocedure beoogt en dat het verzet volgens art. 37 EEX Pro-Verdrag moet worden ingeleid met een dagvaarding. De vraag rijst of de nationale wisselbepaling van art. 69 Rv Pro, die herstel van procedurele gebreken mogelijk maakt, ook in deze procedure toegepast kan worden.
Gezien de onduidelijkheid over de uitleg van art. 37 EEX Pro-Verdrag en de mogelijke impact op de uniformiteit van de exequaturprocedure, besluit de Hoge Raad de prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voor te leggen en het geding te schorsen totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad legt een prejudiciële vraag voor aan het Hof van Justitie en schorst het geding.