ECLI:NL:PHR:2004:AO4778
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over brutering en eindheffingsregime bij naheffing loonbelasting over kostenvergoedingen
Belanghebbende, een betaald-voetbalorganisatie, verstrekte in de jaren 1994-1999 kostenvergoedingen en gratis seizoenkaarten aan werknemers. De inspecteur stelde naheffingsaanslagen loonbelasting op wegens niet-betaalde belasting over deze vergoedingen. Het hof oordeelde dat de kostenvergoedingen niet aannemelijk waren als kosten ter verwerving van loon en paste het eindheffingsregime toe, waarbij het tabeltarief werd gehanteerd. Belanghebbende stelde dat zij de belasting zou verhalen op werknemers en dat het enkelvoudige tarief had moeten gelden.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de toepassing van artikel 31 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964, waarin het eindheffingsregime en de mogelijkheid van een geïndividualiseerde naheffingsaanslag zijn geregeld. De Hoge Raad stelt dat het verzoek om toepassing van een geïndividualiseerde naheffing ook in de beroepsfase kan worden gedaan, in afwijking van het hof dat dit vóór naheffing of in de bezwaarfase vereiste. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het verzoek heeft afgewezen zonder belanghebbende eerst in de gelegenheid te stellen de benodigde gegevens aan te leveren.
De Hoge Raad bevestigt dat de gratis verstrekte seizoenkaarten niet onder de ministeriële aanwijzing vallen en derhalve als belastbare loonbestanddelen moeten worden beschouwd. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling, waarbij het eindheffingsregime en de toepasselijkheid van het enkelvoudige tarief nader moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor verdere beoordeling over de toepassing van het eindheffingsregime en het tarief.