ECLI:NL:PHR:2004:AO5026
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewezenverklaring en strafoplegging wegens onvoldoende bewijs opzet drugsvoorbereiding
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder medeplichtigheid aan het medeplegen van een feit op grond van artikel 10 lid 3 van Pro de Opiumwet, het voorbereiden en bevorderen van drugsdelicten door het voorhanden hebben van voorwerpen bestemd voor die feiten.
Het hof baseerde de bewezenverklaring van het derde feit op verklaringen van verdachte zelf, zonder aanvullende bewijsmiddelen, wat volgens de Hoge Raad niet voldoet aan de eis van artikel 341 lid 4 Sv Pro dat het bewijs niet uitsluitend op de opgaven van verdachte mag berusten.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat de stempel bestemd was voor drugsfabricage, noch dat hij (voorwaardelijk) opzet had op het voorbereiden of bevorderen van drugsdelicten.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het het derde feit betreft en verwijst de zaak terug naar een ander gerechtshof voor hernieuwde berechting van dat onderdeel, met behoud van het overige oordeel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het derde feit wegens onvoldoende bewijs van opzet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.