1 Zie rov. 1 van het vonnis van de rechtbank te Almelo van 21 juni 2000, waarnaar het gerechtshof te Arnhem rechtbank in rov. 3 van het bestreden arrest verwijst.
2 'Sfk' staat voor: 'Spaar Florijn Koopsom' (deskundigenbericht van 2 oktober 2000, p. 1).
3 Zie deskundigenrapport van 2 oktober 2000, pp. 3 en 4.
4 De cassatiedagvaarding dateert van 23 december 2002.
5 Zie voor een recent voorbeeld: HR 28 maart 2003, nr. C01/351, NJ 2003, 389 (Mr. V./Branderhorst).
6 Toevoeging A-G: ambtshalve bekeken informatie leert dat hiervan ook t/m 2003 geen sprake is geweest. Zie Statistisch bulletin CBS 2004, afl. 1, p. 17, te raadplegen via:
http://www.cbs.nl/nl/publicaties/publicaties/algemeen/statistisch-bulletin/a-1/2004/a-1-04-01.pdf
7 HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635, m.nt. CJHB.
8 Vgl. Asser-Hartkamp 4-II (2001), nr. 288; zie ook W.D.H. Asser, Rechtspraakoverzicht bewijslastverdeling (1998), p. 92; beide met verwijzingen.
9 Asser-Hartkamp 4-II (2001), nr. 288, met verwijzingen; noot GJS onder HR 17 december 1976, NJ 1977, 241 (Gem. Bunde/Erckens).
10 Conclusie A-G Bakels onder nrs. 3.16-3.17 voor HR 21 mei 1999, NJ 2000, 13 (Anguilla Pleasure Island Development/Anguilla Delray Resorts) m.nt. HJS onder NJ 2000, 14.
11 In tegenstelling tot: tegenbewijs.
12 Snijders/Wendels, Civiel appel, Deventer 2003, nr. 207 met verwijzingen.
13 Hugenholtz/Heemskerk (2002), nr. 87; Snijders/Wendels (2003), nr. 207, beide met verdere verwijzingen (o.m. HR 6 april 2001, NJ 2002, 385 m.nt. HJS).
14 HR 1 november 1991, NJ 1992, 26 (Rikers/Vereniging voor Beroepsonderwijs) en 1 november 1991, NJ 1992, 27 (Husing/Hinze).
Zie tevens: Hugenholtz/Heemskerk, nr. 87; Snijders/Wendels, nr. 207.
15 Vgl. HR 8 juli 1992, NJ 1992, 713 (Van der Meulen/Hacquebord).
16 Deze overwegingen uit het tussenvonnis zijn door het deskundigenbericht en het eindvonnis echter achterhaald, A-G.
17 MvA, tevens incidenteel appel d.d. 11 december 2001, nr. 7. De MvA maakt in nr. 6 gewag van een, als prod. 1 opgenomen brief van 8 september 1998 (dus ruim na het sluiten van de overeenkomst, maar ook ruim vóór de inleidende dagvaarding), waarin [verweerder] dit nog eens aan [eiser] uiteenzet. Die productie ontbreekt echter in het (van [eiser] afkomstige) procesdossier.
18 Vgl. supra, nr. 3.7, i.v.m. HR 9 december 1994, NJ 1995, 197 (Janssen/ZVG).
19 De rechter zal meestal, omdat een (gemeenschappelijke) partijbedoeling vaak niet is te achterhalen, meteen de vertrouwensleer toepassen: zie concl. A-G Hartkamp voor HR 11 november 1988, NJ 1990, 440, onder 6. Tjittes heeft betoogd dat wanneer een partij niets heeft gesteld over de verklaringen ten aanzien van een contractsbeding, het achterhalen van partijbedoeling geen zin heeft. Voor de uitleg van zulke bedingen pleit hij voor een redelijke uitleg naar objectieve maatstaven: Tjittes, Contractsuitleg, RMTh 2003/3, pp. 121-122.
20 Deze brief is door [eiser] overgelegd als productie 16 bij de Memorie van grieven.