ECLI:NL:PHR:2004:AO5124
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ambtshalve limitering van partneralimentatie en stelplicht alimentatieplichtige
Partijen zijn in 1979 gehuwd en gescheiden bij beschikking van de rechtbank Breda in 2002, waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw werd opgelegd. Het hof stelde de alimentatie vast en beperkte deze ambtshalve in tijd tot 1 juni 2005. De vrouw stelde cassatie in tegen deze termijnstelling.
De Hoge Raad oordeelt dat ambtshalve limitering van alimentatie in de tijd slechts mogelijk is indien daartoe door een van de echtgenoten een verzoek is ingediend, wat hier niet het geval was. Het hof heeft ten onrechte zonder een dergelijk verzoek de alimentatie aan een termijn verbonden, waardoor het oordeel op dit punt niet kan blijven staan.
Daarnaast bespreekt de Hoge Raad dat de stelplicht en bewijslast van de alimentatieplichtige bij een verzoek tot beëindiging of beperking van alimentatie zwaar zijn. Concrete feiten en omstandigheden moeten worden gesteld en bewezen om een termijn te rechtvaardigen. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de vrouw vanaf 1 juni 2005 in haar eigen levensonderhoud kan voorzien, mede gelet op haar parttime dienstverband en de mogelijkheden tot uitbreiding daarvan.
De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest voor zover het de alimentatie met ingang van 1 juni 2005 op nihil stelt, en bekrachtigt het overige. Hiermee wordt benadrukt dat termijnstelling niet ambtshalve kan plaatsvinden zonder verzoek en dat motivering en bewijsvoering strikt zijn.
Deze uitspraak bevestigt de rechtspositie van alimentatiegerechtigden en de zorgvuldigheid die rechters moeten betrachten bij het verbinden van termijnen aan alimentatieverplichtingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het de alimentatie ambtshalve in tijd beperkt zonder verzoek en bekrachtigt de rest.