ECLI:NL:PHR:2004:AO5667
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-naleving procesvereisten
Verzoeker heeft bij brief van 14 oktober 2003 de Hoge Raad verzocht een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 18 juli 2003 te vernietigen. Deze uitspraak is echter niet overgelegd. De Hoge Raad oordeelt dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep omdat het beroep niet is ingesteld via een dagvaarding, zoals vereist bij een dagvaardingsprocedure volgens artikel 407 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Indien de procedure op rekest is ingesteld, had het verzoekschrift moeten worden ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad conform artikel 426a lid 1 Rv. De brief van verzoeker voldoet hier niet aan omdat deze niet door een advocaat is ondertekend. Hierdoor voldoet het cassatieberoep niet aan de formele vereisten.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Hiermee wordt het verzoek van verzoeker afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van procesvereisten.