ECLI:NL:PHR:2004:AO5690
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onafhankelijke waardering strafrechter van feiten ondanks eerdere bestuursrechtelijke uitspraak over woonplaats bij bijstandsuitkering
In deze zaak stond de vraag centraal of de strafrechter gebonden is aan een eerdere bestuursrechtelijke uitspraak over de woonplaats van de verdachte in verband met een bijstandsuitkering. Verzoekster was door het gerechtshof veroordeeld wegens valsheid in geschrift omdat zij onjuiste gegevens had verstrekt over haar hoofdverblijf op de formulieren van de Sociale Dienst.
De bestuursrechter had in een eerdere uitspraak geoordeeld dat onvoldoende was bewezen dat verzoekster vanaf 1 september 1997 geen hoofdverblijf meer had in de betreffende woonplaats, waardoor het besluit tot terugvordering van bijstand werd vernietigd. Verzoekster stelde in de strafzaak dat de strafrechter aan deze bestuursrechtelijke uitspraak gebonden was en haar daarom vrij moest spreken.
De Hoge Raad oordeelde dat de strafrechter niet gebonden is aan de waardering van feiten door de bestuursrechter. De strafrechter moet zich zelfstandig een oordeel vormen over het bewijs, ook als dit leidt tot een andere conclusie dan de bestuursrechter. Dit volgt uit het principe dat de strafrechter en bestuursrechter onafhankelijk zijn en ieder hun eigen taak hebben in de rechtspleging.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat het hof terecht tot een eigen waardering van het bewijs is gekomen en verzoekster heeft veroordeeld. De uitspraak onderstreept het belang van zelfstandige bewijswaardering in strafzaken, ook bij eerdere bestuursrechtelijke beslissingen over dezelfde feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de strafrechter zelfstandig bewijs moet waarderen en veroordeelt verzoekster wegens valsheid in geschrift.