ECLI:NL:PHR:2004:AO5823
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens te late kennisgeving vonnis
Verdachte was door de rechtbank Zutphen bij verstek veroordeeld op 7 december 2000 wegens overtreding van artikel 8, tweede lid aanhef en sub a van de Wegenverkeerswet 1994. Op 8 november 2002 verzocht de raadsman van verdachte een afschrift van het schaduwdossier bij de strafgriffie, waarmee het hof oordeelde dat verdachte toen op de hoogte was van het vonnis.
Het hoger beroep werd pas op 19 december 2002 ingesteld, na het verstrijken van de wettelijke termijn van veertien dagen, waardoor het hof verdachte niet-ontvankelijk verklaarde. De raadsman voerde aan dat hij aanvankelijk dacht dat het verzoek betrekking had op een andere strafzaak, de zogenaamde katvangerzaak, en dat de kennisgeving van het vonnis pas op 17 december 2002 mondeling plaatsvond.
De Hoge Raad oordeelt dat de enkele omstandigheid dat de raadsman op 8 november 2002 een afschrift van het schaduwdossier vroeg, voldoende is om te concluderen dat verdachte toen op de hoogte was van het vonnis. Omdat het hoger beroep te laat was ingesteld, wordt het beroep verworpen. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.