ECLI:NL:PHR:2004:AO6014
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verkrijgende verjaring van gemeentegrond
In deze zaak stond centraal of eiser door verkrijgende verjaring eigenaar was geworden van een strook grond van circa 135 m², gelegen naast zijn perceel, die in de openbare registers op naam van de gemeente stond. Eiser had deze strook sinds 1976 als moestuin gebruikt en stelde dat hij het perceelsgedeelte meer dan twintig jaar onafgebroken en ongestoord in bezit had gehad. De gemeente had echter een bruikleenovereenkomst met een vorige gebruiker van de grond en stelde dat zij zelf bezitter was.
De rechtbank had het beroep op verkrijgende verjaring van eiser geaccepteerd, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat de gemeente het bewijs had geleverd dat zij bezitter was en dat eiser onvoldoende feiten had gesteld die ondubbelzinnig duidden op eigendomsvoorwendselen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het gebruik als moestuin en het onderhoud van de omheining niet voldoende zijn om bezit aan te nemen als bedoeld in de wet.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de eisen voor bezit en inbezitneming bij onroerende zaken, waarbij het hof terecht heeft geoordeeld dat enkele machtsuitoefeningen onvoldoende zijn en dat het bezit openbaar en ondubbelzinnig moet zijn. Ook wijst de Hoge Raad erop dat eiser zich niet op een overdracht van bezit door de vorige gebruiker kan beroepen, omdat die het perceel voor de gemeente hield. De conclusie is dat het beroep op verkrijgende verjaring faalt en de vordering van de gemeente wordt toegewezen.
Uitkomst: Het beroep op verkrijgende verjaring wordt afgewezen en de vordering van de gemeente tot eigendom en ontruiming toegewezen.