ECLI:NL:PHR:2004:AO6452
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensregel in het verkeersrecht bij overschrijding maximumsnelheid en voorrangsweg
In deze zaak is het cassatieberoep gericht tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verzoeker werd veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, met een ongeval waarbij een ander lichamelijk letsel opliep. Verzoeker reed op een voorrangsweg met een snelheid tussen 84 en 89 km/u waar 50 km/u was toegestaan en botste op een fietser die de kruising opreed.
Verzoeker stelde onder meer dat hij er op mocht vertrouwen dat het overige verkeer hem voorrang zou verlenen, ook al reed hij sneller dan toegestaan. Het hof verwierp dit verweer en stelde vast dat verzoeker aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend had gereden. De Hoge Raad bevestigt dat de vertrouwensregel niet algemeen geldt voor bestuurders die verkeersregels overtreden, met name bij ernstige overtredingen zoals aanzienlijke snelheidsovertreding.
De Hoge Raad merkt op dat het hof de bewezenverklaring voldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep op de onschuldpresumptie niet slaagt. Tevens wordt de kwalificatie van het feit ambtshalve verbeterd naar "zwaar lichamelijk letsel". Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordeling en opgelegde straf ongewijzigd blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens aanmerkelijke onvoorzichtigheid bij snelheidsovertreding op een voorrangsweg en verwerpt het cassatieberoep.