ECLI:NL:PHR:2004:AO6453
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling plastisch chirurg voor overtreding Wet tarieven gezondheidszorg door onrechtmatige tariefstelling
De zaak betreft een plastisch chirurg die als medebestuurder van een besloten vennootschap (BV) werd veroordeeld wegens het opzettelijk in rekening brengen van tarieven die hoger waren dan de door het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg vastgestelde maximumtarieven. Het hof oordeelde dat de verdachte als orgaan voor gezondheidszorg handelde, ook al werden de rekeningen via de BV verstuurd.
De verdediging voerde aan dat de BV de tarieven in rekening bracht en dat de verdachte niet persoonlijk als orgaan voor gezondheidszorg kon worden aangemerkt. De Hoge Raad verwierp dit verweer en stelde dat het daderschap van de natuurlijke persoon niet wordt weggenomen door het daderschap van de rechtspersoon. De verdachte was medebestuurder en mede-verantwoordelijk voor de naleving van de wettelijke bepalingen.
De Hoge Raad benadrukte dat het gebruik van een vennootschap als tussenschakel niet ontslaat van strafrechtelijke verantwoordelijkheid. De bewezenverklaring dat de verdachte opzettelijk handelde, werd door de Hoge Raad bevestigd op basis van de bewijsmiddelen en verklaringen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot een geldboete van €1.134, te vervangen door 22 dagen hechtenis bij niet-betaling, in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de plastisch chirurg voor het opzettelijk in rekening brengen van hogere tarieven dan toegestaan.