ECLI:NL:PHR:2004:AO6929
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nietigheid dagvaarding bij verzet na verstekvonnis
In deze zaak stond centraal of het hof terecht heeft geoordeeld dat een gebrek in de oorspronkelijke dagvaarding niet tot nietigheid leidt omdat de eiser in cassatie daardoor niet in zijn verdediging is benadeeld.
De eiser was door ABN AMRO Bank gedagvaard via een openbare dagvaarding, terwijl hij op hetzelfde kantooradres kantoor hield, wat volgens hem betekende dat de dagvaarding onrechtmatig was. Na verstek te zijn veroordeeld, kwam hij in verzet en voerde nietigheid van de dagvaarding aan.
De rechtbank en het hof verwierpen het beroep op nietigheid omdat niet was gebleken dat de eiser in zijn verdediging was benadeeld. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat schending van art. 92 Rv Pro niet automatisch leidt tot nietigheid; herstel of het voorbijgaan aan het gebrek is mogelijk als de gedaagde verschijnt of in verzet komt.
Het hof heeft terecht geoordeeld dat de enkele stelling van een gebrek niet voldoende is om nietigheid te doen uitspreken zonder dat is aangetoond dat de verdediging daardoor is benadeeld. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de dagvaarding is niet nietig omdat geen benadeling van de verdediging is vastgesteld.