ECLI:NL:PHR:2004:AO7004
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huwelijkse voorwaarden en verrekening bij echtscheiding ondanks afwijkende interne partijbedoeling
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de afwikkeling van hun huwelijksvermogensrecht na echtscheiding. Partijen waren oorspronkelijk gehuwd in gemeenschap van goederen, maar sloten later huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap en een verrekenbeding. Hoewel zij formeel een regime van gescheiden vermogens hadden, hebben zij tijdens het huwelijk en na de scheiding financieel gehandeld alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd.
De vrouw vorderde betaling op basis van de huwelijkse voorwaarden, terwijl de man primair een verrekening als bij gemeenschap van goederen wilde. De rechtbank oordeelde dat gelet op de feitelijke gedragingen van partijen een verrekening als bij gemeenschap van goederen meer in de rede lag dan verrekening volgens de huwelijkse voorwaarden. Het hof stelde dit oordeel echter terzijde en hield vast aan de huwelijkse voorwaarden.
De Hoge Raad stelt in cassatie vast dat partijen in afwijking van de huwelijkse voorwaarden stilzwijgend een andere verrekeningswijze kunnen overeenkomen en dat de redelijkheid en billijkheid een rol spelen bij de afwikkeling van het huwelijksvermogen. Het hof heeft dit miskend en onvoldoende gemotiveerd waarom het niet tot een andere afrekening kwam. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en verwezen naar een lagere rechter voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling.