ECLI:NL:PHR:2004:AO7009
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verspreiding van worm-computervirus met opzet schade aan te richten
In deze zaak stond de verspreiding van het Kournikova-wormvirus centraal, dat in 2001 door verdachte werd ontwikkeld en op internet werd geplaatst. Het virus verspreidde zich via e-mail door zichzelf te vermenigvuldigen in het adresboek van gebruikers, wat leidde tot het vastlopen van mailservers en het onbruikbaar maken van computers.
Het hof had verdachte veroordeeld wegens het opzettelijk en wederrechtelijk verspreiden van gegevens die bedoeld zijn om schade aan te richten door zichzelf te vermenigvuldigen in een geautomatiseerd werk. Verdachte voerde onder meer aan dat niet bewezen kon worden dat het virus automatisch verspreidde zonder handmatige actie van gebruikers en dat het opzet ontbrak.
De Hoge Raad oordeelde dat het virus zich inderdaad vermenigvuldigde zonder verdere handelingen van gebruikers nadat het was geactiveerd, en dat het opzet van verdachte op het aanrichten van schade kan worden afgeleid uit zijn eigen verklaringen en de aard van het virus. Tevens stelde de Hoge Raad dat daadwerkelijke schade niet vereist is voor strafbaarheid, en verwierp het verweer dat het bestanddeel 'wederrechtelijk' niet was vervuld. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling voor opzettelijke en wederrechtelijke verspreiding van wormvirus bevestigd.