ECLI:NL:PHR:2004:AO8390
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over strafmotivering bij omzetting buitenlandse Opiumwetstraf
De zaak betreft de omzetting van een in Denemarken opgelegde gevangenisstraf wegens invoer van cocaïne en xtc-pillen naar een Nederlandse straf. De rechtbank had een gevangenisstraf van 67 maanden en 15 dagen opgelegd, gelijk aan de effectieve strafduur die de veroordeelde in Denemarken zou uitzitten, rekening houdend met voorwaardelijke invrijheidstelling en levenslang toegangsverbod tot Denemarken.
De Hoge Raad stelt dat de Nederlandse strafrechter bij omzetting van een buitenlandse straf niet alleen moet afgaan op de duur van de buitenlandse straf, maar ook de Nederlandse maatstaven en opvattingen over het delict moet laten meewegen. De rechtbank heeft dit nagelaten door uitsluitend te sturen op de effectieve duur van de Deense straf zonder nadere motivering waarom een lagere straf niet passend zou zijn.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de rechtbank art. 31, eerste lid, WOTS heeft geschonden door onvoldoende motivering en dat de zaak moet worden vernietigd en terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe strafbepaling die zowel internationale gevoeligheden als Nederlandse opvattingen in acht neemt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor nieuwe strafbepaling met inachtneming van Nederlandse maatstaven.