ECLI:NL:PHR:2004:AO8819

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02287/03
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geldigheid onderzoek ondanks ontbrekende schriftelijke vordering A-G

Verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met braak en subsidiair opzetheling. Tegen dit vonnis is cassatie ingesteld door de raadsman van verdachte met het middel dat het onderzoek ter terechtzitting nietig zou zijn omdat niet is gebleken dat de schriftelijke vordering van de Advocaat-Generaal is overgelegd.

De Hoge Raad constateert dat bij de processtukken wel degelijk de schriftelijke vordering van de Advocaat-Generaal is gevoegd, gedateerd 21 november 2001, en dat in het proces-verbaal van de zitting van het Hof wordt vermeld dat deze vordering is overgelegd. Hierdoor ontbreekt de feitelijke grondslag voor het cassatiemiddel.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel faalt en dat er geen aanleiding is om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook om het beroep te verwerpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van het Gerechtshof blijft in stand.

Conclusie

Nr. 02287/03
Mr. Vellinga
Zitting: 27 april 2004
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens 1. "diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" en 2 en 3 subsidiair "opzetheling, meermalen gepleegd" veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf.
2. Namens verdachte heeft mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel behelst de klacht dat het onderzoek ter terechting nietig is nu niet is gebleken dat de Advocaat-Generaal zijn schriftelijke vordering heeft overgelegd.
4. Het middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Bij de stukken bevindt zich de schriftelijke vordering van de Advocaat-Generaal gedateerd 21 november 2001 waarvan in het proces-verbaal van de zitting van het Hof van dezelfde datum wordt gemeld dat deze is overgelegd.
5. Het middel kan worden afgedaan met de in artikel 81 RO Pro bedoelde motivering.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG