ECLI:NL:PHR:2004:AO9098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vervangende hechtenis bij taakstraf ondanks betwisting detentiegeschiktheid verdachte
In deze zaak is het cassatieberoep gericht tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verzoeker is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis bij niet-naleving. Tevens is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd die bij niet-betaling kan worden vervangen door negen dagen hechtenis.
Verzoeker stelde dat hij vanwege een posttraumatische stressstoornis en psychiatrische voorgeschiedenis niet geschikt is om detentie te ondergaan. Hij voerde aan dat een gedegen onderzoek naar detentiegeschiktheid had moeten plaatsvinden alvorens vervangende hechtenis toe te passen.
De Hoge Raad stelt dat de motiveringsplicht die geldt bij onvoorwaardelijke gevangenisstraffen niet van toepassing is op het bevel tot vervangende hechtenis bij taakstraffen of geldboetes. Dit omdat de rechter geen beslissingsruimte heeft bij het opleggen van vervangende hechtenis en de beslissing tot tenuitvoerlegging pas later wordt genomen, waarbij het gedrag van de veroordeelde bepalend is.
De Hoge Raad wijst erop dat het Openbaar Ministerie bij de tenuitvoerlegging moet beoordelen of er redenen zijn om de hechtenis niet uit te voeren of op te schorten, mede op basis van de geschiktheid van de veroordeelde. Omdat verzoeker niet heeft aangetoond dat zijn ongeschiktheid tot detentie vaststaat, faalt het cassatieberoep en wordt het verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de motiveringsplicht voor vervangende hechtenis bij taakstraf geldt niet zoals bij onvoorwaardelijke gevangenisstraf.