ECLI:NL:PHR:2004:AO9133
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid uitlevering onder oude uitleveringswet ondanks EU-kaderbesluit
De zaak betreft een cassatieberoep tegen de beslissing van de Rechtbank Rotterdam die de uitlevering van een persoon aan België toestond ter zake van moord. De verdediging voerde aan dat de uitlevering niet mocht plaatsvinden omdat de Nederlandse Uitleveringswet per 1 januari 2004 was komen te vervallen door het EU-Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, dat echter nog niet was geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving.
De Hoge Raad overweegt dat het Kaderbesluit geen rechtstreekse werking heeft en dat de oude uitleveringsverdragen en de Uitleveringswet nog steeds van toepassing zijn zolang de implementatiewetgeving ontbreekt. De overgangsregeling in de voorgestelde Overleveringswet bevestigt dat uitleveringsverzoeken die vóór 12 mei 2004 zijn ontvangen onder de oude regeling vallen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt dat de uitlevering op basis van het Beneluxverdrag en de Uitleveringswet rechtmatig is. De uitspraak benadrukt het belang van implementatie van EU-kaderbesluiten in nationale wetgeving en bevestigt dat het ontbreken daarvan niet leidt tot verval van bestaande uitleveringsverdragen en wetten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de uitlevering op basis van de Uitleveringswet rechtmatig is.