ECLI:NL:PHR:2004:AO9552
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid overeenkomst over verdeling terugontvangen wijnaccijns
In deze zaak gaat het om de uitleg van een in 1989 gesloten overeenkomst tussen La Française d'Exportation Nederland B.V. en L.F.E. Holding B.V. (gezamenlijk LFE) en twee afnemers, betreffende de verdeling van terugontvangen wijnaccijns. De accijns op geïmporteerde druivenwijn bleek in strijd met Europese regelgeving geheven, waarna terugvorderingen werden gedaan.
De kern van het geschil betrof de vraag of de in 1989 gemaakte afspraken bindend waren en of toekomstige omstandigheden, zoals het feit dat LFE geen gebruik maakte van de diensten van Touche Ross International (TRN), invloed hadden op de geldigheid van de overeenkomst. De rechtbank en het gerechtshof oordeelden dat een overeenkomst bestond en dat deze ook toekomstige onvoorziene omstandigheden omvatte.
LFE stelde in cassatie dat de overeenkomst onduidelijk was en dat de afspraken herzien moesten worden vanwege gewijzigde feiten. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de overeenkomst zodanig was opgesteld dat toekomstige omstandigheden waren verdisconteerd, waardoor geen heronderhandeling nodig was. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van LFE wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.