ECLI:NL:PHR:2004:AO9560
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending hoor en wederhoor bij vordering benadeelde partij
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor diefstal en tevens de vordering van de benadeelde partij toegewezen. De benadeelde partij had zich in hoger beroep gevoegd met een schadevordering van €543,63. De verdediging betwistte deze vordering, maar het hof wees deze toch toe.
De verdediging stelde in cassatie dat zij overvallen was door de beslissing over de vordering van de benadeelde partij omdat deze niet aan de orde was gesteld tijdens de terechtzitting en niet aan haar bekend was gemaakt. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de verdediging niet de mogelijkheid heeft geboden zich over deze vordering uit te laten, wat een schending is van het recht op hoor en wederhoor zoals neergelegd in artikel 51f Sv.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de beslissing op de vordering van de benadeelde partij betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het bewezenverklaarde delict staat niet ter discussie, het hof moet nu alleen beoordelen of en in welke mate de benadeelde partij schade heeft geleden.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens schending van het recht op hoor en wederhoor en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de vordering van de benadeelde partij.